Bpv verbeteren: 5 do’s en don’ts

De beroepspraktijkvorming vormt een cruciaal onderdeel van het curriculum van de mbo student. Het is daarom van belang om dit soepel te laten verlopen en ervoor te zorgen dat studenten de bpv als verrijkend ervaren. Als onderdeel van de kwaliteitsafspraken heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan mbo-instellingen gevraagd om een bpv-verbeterplan op te stellen. De definitieve versie kan tot uiterlijk 1 december 2016  ingediend worden bij MBO in Bedrijf.

 

Als adviesorganisatie voor beroepsonderwijs én ervaringsdeskundige met inrichten van stage- en afstudeerprocessen in o.a. het mbo geeft Educate2Work in deze blog alvast 5 do’s en don’ts voor het verbeteren van je bpv proces.

 

Do’s:

1. Besluiten nemen doe je op basis van volledige en betrouwbare informatie.

Zorg voor een goed management Informatie systeem.

 

2. Krijg helder op welke punten je kunt, wilt of moet sturen wat betreft de bpv:

stel de KPI’s eenduidig en duidelijk vast in je organisatie.

 

3. Breng alle stakeholders goed in kaart en communiceer duidelijk met hen,

zodat ook zij de doelstellingen van het bpv-verbeterplan begrijpen en onderschrijven.

 

4. Wees realistisch in je doelstellingen: beter 10 kleine stappen die haalbaar zijn,

dan 1 grote waarbij je risico’s loopt op teleurstellingen.

 

5. Blijf sturen op voortgang: dit project is te belangrijk om als een nachtkaars uit te laten gaan.

Vier elk tussenresultaat.

 

 

Don’ts:

1. Onderschat een veranderproces nooit: het duurt even voor een aangepaste werkwijze in ieders systeem zit.

 

2. Communiceer niet alleen de verbeterpunten van het bpv-proces, maar ook de punten waarop het goed gaat.

 

3. Een ander of gewijzigd bpv-proces begint vaak met implementatie van procesmatig werken. Sla die stap niet over, het blijft het hele project doorwerken.

 

4. Aarzel niet om op de juiste momenten voor de juiste input te zorgen, indien nodig met experts van buitenaf en/of andere onderwijsinstellingen.

 

5. Bedenk niet alle ideeën met je werkgroep maar haal ze ook op bij de rest van de organisatie (bijvoorbeeld in een brainstormsessie). Dit zorgt niet alleen voor gevarieerde ideeën maar ook voor draagvlak.